Home >> Teeltinstructies


Teeltinstructies


Gras-rode klaver is eenvoudig in het beheer als een paar vuistregels in acht worden genomen:

Zaai per hectare 7-10kg gemengde rode en witte klaver (70 resp. 30% zoals Duet), samen met 30-35 kg gras, kies mengsels specifiek voor maaien.

  • 4-7 kg/ha rode klaver (bijv. Larus of Milvus, maar ook veel andere rassen OK) is nodig om het zaad over het hele perceel te kunnen verdelen. Hogere zaadhoeveelheden geven in het begin meer rode klaver.
  • Meezaaien van 2-3 kg/ha witte klaver (Alice, Riesling) is essentieel om mogelijke lege plekken (kopakkers, rijsporen etc.) op te vullen: witte klaver verspreidt zich en groeit naar de lege plekken toe (rode klaver niet) en kan zo voorkomen dat er alsnog kunstmest gebruikt moet worden omdat er plaatselijk te weinig klaver staat voor een goede productie (zie Veelgestelde vragen: waarom moet er witte klaver bij maaiperceel gezaaid worden?).
  • Voor een evenwichtig mengsel is het goed om de grascomponent gericht te kiezen:
    • Voor productietoppers (met iets lagere VEM-waardes): overweeg mengsels met gekruist raaigras (max. 60% van het gras; voor max. 3 jaar op voldoende vochthoudende grond), of mengsels met rietzwenkgras of festulolium (bij langere geplande levensduur).
    • Voor droogtegevoelige gronden: per hectare circa 25 kg rietzwenkgras naast 15-20 kg Engels raaigras. Eventueel kan ook 5 kg kropaar naast 30 kg Engels raaigras gezaaid worden en/of vervang 5 kg Engels raaigras door veldbeemd (een goede zodesluiter). Ook deze grassen hebben een wat lagere VEM-waarde (vooral wanneer bloeiwijze gevormd wordt), maar een hoge structuurwaarde.
    • Andere interessante aanvullingen: 5-10kg/ha timothee (zeer winterhard), 0,5 kg/ha smalle weegbree, 0,5-1 kg chicorei (droogte-resistent).

Geef klaver een goede start: voldoende kalk (pH>5,2; streefwaarde zand resp. klei pH 5,5 resp. >6), tijdige inzaai (september) en stikstofarme omstandigheden. Meng het zaad goed. Bemest 1e snede van 1e jaar matig (max. 70kg N-min) en maai op tijd

  • Ideaal is inzaai na graan, zeer vroege maïs of vroege aardappels.
  • Het perceel moet minimaal een pH >5,2 hebben (streefwaarde is pH 5,5). Een hogere pH geeft meer klaver. Correctie van de pH gebeurt het liefst bij de voorgaande teelt (die dan ook kan profiteren van de hogere mineralisatie). Bij kleigronden is de pH meestal voldoende hoog, maar soms kan de Calcium-beschikbaarheid dan toch te laag zijn, waarvoor bemesten met bijv. gips helpt.
  • Uiterste inzaaiperiode is eind september (in Noord-Nederland 2 weken eerder). Mengsels met rietzwenkgras of veldbeemd moeten eerder gezaaid worden (uiterlijk 1e week september).
  • Ideaal is een stikstofarme stoppel, dus ook slechts maximaal 25 m3 drijfmest bij inzaai.
  • Meng voor maximaal 1 ha per keer (bij grotere hoeveelheden is er kans op ontmenging vanwege de verschillen in grootte en gewicht tussen het gras- en klaverzaad) en zaai niet te diep (2-3cm).
  • Bij de 1esnede van een nieuw perceel worden het makkelijkst fouten gemaakt. Toch is het simpel:
    • Beperk de N-bemesting voor 1e snede tot circa 70 kg minerale N (dus geen kunstmest naast 35m3 drijfmest).
    • Maai de 1e snede op tijd (maximaal 3,5 ton ds). Zeker bij mengsels met gekruist raaigras kan dit heel snel mis gaan.

Bemesting na de start: Alleen drijfmest (40-60m3 per ha) is meestal voldoende; een beetje kunstmest voor de 1e snede mag.

  • Bij een goede P- en K-toestand van de bodem is slechts minimale bemesting nodig. Vooral op zandgronden (waar kalium gemakkelijk uitspoelt) is een tekort aan K soms de oorzaak voor het plotseling wegvallen van klaver (met een productieve grasklaver wordt minimaal 290kg K2O afgevoerd, wat meer is dan met 45 kuub drijfmest wordt gegeven.
  • Kunstmestbemesting voor de eerste snede (±25kg N) geeft een hogere opbrengst van de eerste snede en bevordert de grasgroei (soms nodig voor het evenwicht in grasklavermengsel). Voor de totaalopbrengst per jaar maakt het echter vaak weinig uit.
  • Bij gronden met een (vrij) laag S-leverend vermogen (S-levering < 11) is bemesting met zwavel aan te bevelen (volgens standaard bemestingsadvies 30 a 40 kg S verdeeld over de eerste twee snedes), omdat de beschikbaarheid van zwavel uit organische mest laag is (15 a 20%) en samen met de depositie lager dan de afvoer (circa 30 a 40 kg S per ha).

Gras-rodeklavermengsels zijn alleen geschikt voor maaien en rantsoenbeweiding. De optimale maaisnede is 2,5 à 4 ton ds per ha.

  • Om de levensduur van de rodeklaver-planten te verlengen (en de klaver de gelegenheid te geven de wortelreserves aan te vullen) is een zwaardere snede (>3500 kg ds) één keer per jaar gewenst (bijvoorbeeld in de 2e snede).
  • Maar voorkom een te zware snede: dat verhoogt de kans op verhoute, paarse stengels met zeer matige voederwaarde, en de kans dat gras-klavermengsel uit balans raakt.   
  • Langer aaneengesloten beweiden put de wortel van rode klaver uit waardoor het klaveraandeel fors daalt. Najaarsbeweiden met pinken of schapen gedurende enkele weken is daarom uitgesloten. Vuistregel: beweid maximaal 1 periode van maximaal 3 dagen per 4-6 weken.
  • Rantsoenbeweiding en zomerstalvoedering met rode klaver is prima mogelijk. Maar zorg ervoor dat lichte snedes (<2 ton ds) worden afgewisseld met zwaardere snedes (>3000 kg ds).

Stem de rest van het rantsoen af op de voederwaarde van de gras-klaver en het aandeel grasklaver in het rantsoen

  • De ervaringen met geslaagde gras-rode klaverkuilen zijn goed wat betreft melkproductie, zeker indien gevoerd naast een flink deel snijmaïs. De VEM-waarde is wat lager (wordt volgens sommigen onderschat) maar dit wordt meestal gecompenseerd door een hogere opname (zie veelgestelde vragen "Gras-rode klaver is beter opneembaar....").
  • Een goede gras-rodeklaverkuil is eiwitrijk en heeft een hoge passagesnelheid door de pens. Hierdoor kan het vetgehalte licht dalen, ondanks een hogere structuurwaarde, en het eiwitgehalte stijgen.
  • Als grasklaver ingekuild wordt is er geen probleem met wisselende klaveraandelen gedurende het seizoen en tussen percelen: stel uw rantsoen samen op basis van de voederwaarde-analyse.

Een goed geconserveerde gras-rodeklaver wordt prima gegeten: maai met een kneuzer, beperk het schudden zo veel mogelijk, kuil niet te droog in (<45% ds) en rij de kuil goed aan.

  • Teveel lucht in de kuil is een belangrijke oorzaak van een slechte conservering: zeker bij een droog gewas blijft de holle stengel van rode klaver als een luchtkoker  in de kuil zichtbaar en verhoogt zo de kans op schimmels. Hakselen helpt maar is vaak niet genoeg. Kneuzen helpt beter en versnelt ook de gelijkmatige droging van de stengel.
  • Beperk het schudden en wiersen zoveel mogelijk (alleen bij een laag toerental,  en niet in droog gras) om de veldverliezen te beperken: vooral de breekbare blaadjes met een hoge voedingswaarde kunnen op het veld achterblijven.