Home >> Resultaten demovelden


Resultaten demovelden


De resultaten van de demovelden die in het kader van KlaverKlimaat zijn aangelegd, laten zien dat een geslaagde gras-rodeklaverteelt vele voordelen heeft boven puur gras. In 2012 werden verschillende gras-klavermengsels ingezaaid bij een melkveehouderij in Harfsen (op zand) en in Etten-Leur (op klei). In 2013 en 2014 zijn daaraan verschillende metingen gedaan.

Gras-klaver: opbrengst en voederwaarde

De opbrengst van grasklaver lag in 2013 en 2014 gemiddeld 15% (klei) en 22% (zand) hoger dan de opbrengst van puur gras (Tabel 1). Door de hogere opbrengst en het hogere eiwitgehalte waren zowel de DVE-opbrengst als de VEM-opbrengst hoger. De opbrengsten lagen in 2014 ongeveer 2 ton/ha hoger dan in 2013, maar de verschillen tussen gras-klaver en gras bleven ongeveer gelijk.

Tabel 1. Opbrengst voor gras-klaver (gemiddeld over vier (klei) en vijf (zand) mengsels en twee herhalingen per locatie) en gras (gemiddeld over vier herhalingen per locatie), in de demovelden op zand en op klei in 2013 en 2014.

 

Totaalopbrengst (ton/ha)

DVE-opbrengst (kg/ha)

VEM-opbrengst (ton/ha)

 

Zand

Klei

Zand

Klei

Zand

Klei

Gras-klaver

12,5

13,5

1118

981

10,7

12,0

Puur gras

10,2

11,8

909

731

9,3

10,9

 

De proeven laten ook duidelijk zien dat gras-klaver ander voer is dan gras: gras-klaver heeft een hoger ruweiwit-gehalte en een hoger DVE-gehalte dan puur gras. De energiewaarde van gras-klaver is juist wat lager (Tabel 2).

Tabel 2. Voederwaarde van gras-klaver (gemiddeld over vier (klei) en vijf (zand) mengsels en twee herhalingen per locatie) en van gras (gemiddeld over vier herhalingen per locatie), voor de demovelden op zand en op klei in 2013 en 2014, in g/kg ds.

 

RE-gehalte

VEM-gehalte

DVE-gehalte

 

Zand

Klei

Zand

Klei

Zand

Klei

Gras-klaver

205

210

852

885

78,3

82,3

Puur gras

161

178

910

921

71,2

76,8

 

Gras-klaver: beter bestand tegen droogte

De verschillen tussen gras en gras-klaver kwamen vooral duidelijk naar voren tijdens droge periodes. De mengsels met klaver waren, onder meer door de penwortel van rode klaver, beter bestand tegen de droogte. Dit bleek bijvoorbeeld in de derde snede van 2013, die werd geoogst na een zeer droge periode. Gemiddeld bracht gras-klaver toen 95% (op klei) en 70% (op zand) meer op dan puur gras. Ook in 2014 speelde de droogte een rol: het voorjaar was zeer droog. De opbrengst van gras-klaver was daardoor juist in de eerste snede hoger dan van gras.

Gras-klaver: het belang van een juiste mengselkeuze

Niet alle grassoorten zijn even geschikt om samen met klaver in te zaaien. Dit bleek ook uit de demoproeven: er zaten grote verschillen tussen de gras-klavermengsels (Tabel 3).

Tabel 3. Gemiddelde opbrengst en voederwaarde voor vijf gras-klavermengsels, gemiddeld over 2 jaar, 2 locaties en 2 herhalingen per mengsel per locaties.

 

Opbrengst (ton/ha)

N-opbr. (kg/ha)

VEM-opbr. (kVEM/ha)

RE-gehalte (g/kg ds)

VEM-gehalte (/kg ds)

DVE-gehalte (g/kg ds)

GK1

13,6

471

12,1

216

888

147

GK2

14,9

498

13,0

210

873

150

GK3

14,9

515

13,0

216

867

150

GK4

15,7

542

13,5

217

857

150

GK5

13,9

415

12,0

187

869

136

 

Zowel op klei als op zand behaalde de mengsels met rietzwenktypes (GK4) de hoogste opbrengst. De opbrengst van de mengsels met vooral Engels raaigras en gekruist raaigras (GK1 en 5), droogtegevoelige soorten, bleef juist achter (m.n. op zand).

In het mengsel GK5 op klei was de klaver binnen één jaar vrijwel verdwenen. In dit mengsel zat veel gekruist raaigras, dat zeer snel groeit en veel produceert. Daarnaast werden juist van dit mengsel in 2012 te zware snedes geoogst (>6 ton ds/ha). Mede daardoor verloor de klaver de concurrentie met het gras en daalde het klaveraandeel sterk. Ook op zand was het klaveraandeel in GK5 wat lager dan in de andere mengsels.

Dit illustreert het belang van een evenwichtig mengsel voor een gras-klaverteelt. Een goede mengselsamenstelling en juist management kunnen daar aan bij dragen (zie Teeltinstructies).

Gras-klaver: bodemvruchtbaarheid

Op de demovelden zijn, bodemkwaliteitsbepalingen gedaan in oktober 2014, na 3  productiejaren. Er werden in de laag 0-25 cm weinig verschillen gevonden in bodemvruchtbaarheid tussen gras-klaver en puur gras. Er werden geen verschillen gevonden in o.a. N-leverend vermogen, regenwormen en bodemlevenactiviteit. Dit in tegenstelling tot eerdere, enigszins vergelijkbare proeven (bv. Van Eekeren et al., 2009). Dit kan liggen aan:

  • Het hogere bemestingsniveau van puur gras: gemiddeld heeft het pure gras 159 kg N ha-1 jaar-1 meer ontvangen dan de grasklaver, wat het bodemverrijkende effect van grasklaver mogelijk heeft gecompenseerd.
  • Het algemeen hoge bemestingsniveau van deze proef (zowel gras als grasklaver heeft gemiddeld 280kg N ha-1 jaar-1 uit dierlijke mest gekregen) wat de mogelijke verschillen kan maskeren. Op de klei-locatie droeg ook de N-leverende voorvrucht (veldboon) bij aan een hoog N-niveau.

Wel werden kleine verschillen gevonden in structuur (onder gras-klaver leken iets meer scherpblokkige elementen te zitten dan onder gras) en beworteling op 0-10 cm en op 10-20 cm (onder gras iets meer wortels dan onder gras-klaver). Deze verschillen zijn te verklaren door de verschillen in wortelstelsel van gras en klaver: klaver maakt vooral diepe, dikke penwortels, terwijl gras veel fijne wortels maakt die gunstiger zijn voor de structuur.

Gras-klaver: betere stikstofbenutting

De hogere opbrengst in combinatie met de lagere kunstmestgift zorgde ervoor dat de stikstofbenutting bij gras-klaver veel hoger was dan bij puur gras: per kg stikstof uit (kunst)mest werd op de veldjes met grasklaver gemiddeld 1,54 kg N geoogst, terwijl op de veldjes met alleen gras gemiddeld 0,69 kg N werd geoogst (Figuur 1). Dit is voor veel melkveehouders zeer relevant omdat wetgeving de hoeveelheid stikstof die met mest kan worden gegeven beperkt.

 

Figuur 1. Gemiddelde stikstof-bemesting en stikstof-opbrengst voor de veldjes met grasklaver en puur gras voor de demo op zand en klei van 2013 en 2014.

 

Referentie

Eekeren, N.J.M. van, D.W. van Liere, F.T. de Vries, M. Rutgers, R.G.M. de Goede, L. Brussaard. 2009. A mixture of grass and clover combines the positive effects of both plant species on selected soil biota. Applied Soil Ecology. 42:254-263