Home >> Klimaat


Klimaat


Gras-klaver: voordeel voor het klimaat

Gras-klaver op het melkveebedrijf levert voordeel op voor het klimaat. In Nederland bleek de totale uitstoot van broeikasgassen op melkveebedrijven met gras-(witte)klaver per liter melk 10% lager dan op bedrijven met enkel raaigras (Schils et al., 2005). De voordelen voor gras-rode klaver staan samengevat in Tabel 1, die hieronder wordt toegelicht.

Tabel 1. Besparing van energiegebruik en broeikasgassen-emissie voor grasland met rode klaver in vergelijking met puur grasland. (Gebaseerd op Thomassen et al., 2008; Lüscher et al., 2013; Schils et al., 2005; Bos et al., 2007). P.m.=pro memorie, de grootte van het effect is nog onbekend.

Systeem

Besparing

Energiegebruik

Emissie broeikasgassen

 

 

(GJ/ha)

(ton CO2-eq./ha)

Puur grasland

Referentie

90

22,5

Gras-rode klaver

Kunstmestproductie (150 kg N)[1]

-6,6

-0,65

 

Kunstmest-aanwending (150 kg N)

-

-0,73

 

Methaan-uitstoot vee

-

waarschijnlijk lager

 

N2O-emissie bodem

-

waarschijnlijk lager

 

C-opslag bodem

-

mogelijk lagere emissie

 

Verandering rantsoen

 

 

Totale besparing

 

-6,6 (=7%)

-1,38 (=6%)

1Ook bij biologische binding van N komt N2O vrij: zo’n  8 g per kg N (Bos et al.2007). In de berekening van de besparing is deze uitstoot er af getrokken.

Minder kunstmest

Bij teelt van gras-klaver hoeft minder kunstmest te worden gebruikt dan bij teelt van gras alleen. Dit zorgt voor een grote besparing van fossiele energie, en voor minder uitstoot van broeikasgassen. Dat komt doordat klaver stikstof kan vastleggen uit de lucht, met behulp van Rhizobium-bacteriën. De productie van kunstmest zorgt voor veel N2O- en CO2-productie: 2,25 kg CO2 voor elke kg N geproduceerd (Lüscher et al., 2013) en 15 g N2O voor elke kg N (Bos et al., 2007). 150 kg minder kunstmest-N ha-1 levert dus een besparing op van 338 kg CO2 en  1 kg N2O1. Dat staat gelijk aan 244 L diesel!Uit onderzoek van Alterra kwam vermindering van de kunstmestgift dan ook naar voren als één van de perspectiefvolle maatregelen om de broeikasgasemissies van melkveebedrijven te verlagen (Vellinga et al., 2009).
Daarnaast kunnen vlinderbloemigen zoals klaver negatieve effecten van de melkveehouderij op het klimaat  verminderen op andere manieren (Lüscher et al. 2013). De belangrijkste daarvan zijn minder uitstoot van broeikasgassen van het vee en de bodem, en opslag van koolstof in de bodem. Over de grootte van deze effecten, en of ze altijd optreden, bestaat nog veel onzekerheid.

Methaan-uitstoot van vee

Zo stoot vee dat vlinderbloemigen gevoerd krijgt, minder methaan uit dan vee dat dat niet krijgt (hoewel er ook onderzoek is waarin dat effect niet gevonden werd) (Lüscher et al. 2013).  Methaan (CH4) is een broeikasgas dat eenentwintig keer sterker werkt dan koolstofdioxide (CO2), één van de belangrijkste bronnen van broeikasgassen in de melkveehouderij (Vellinga et al., 2009) en lastig te beïnvloeden.

Lachgas-emissies van de bodem

Lachgasemissies van percelen met gras-klaver zijn lager dan percelen die met kunstmest worden bemest. Dit komt onder andere doordat de stikstof die door de klaver wordt gebonden is aangepast aan de behoefte van de plant, en afneemt als het stikstof niet kan worden opgenomen. Daarnaast wordt de stikstof gebonden in wortelknolletjes en komt niet in vrije, reactieve vorm in de bodem voor. Wel nemen de graswortels stikstof op van de klaver. Onderzoekers maten op kunstmest-N-bemeste graslanden lachgasemissies van gemiddeld 4,49 kg N2O-N ha-1, terwijl gemengd gras-klaverland  (wat matiger bemest werd) gemiddeld slechts 0,54 kg N2O-N ha-1 emitteerde (Jensen et al., 2012).  Er zijn weinig studies waarin de N2O-emissies van bemest gras-klaverland vergeleken worden met puur gras (Ledgard et al., 2009). Lachgas is een broeikasgas dat 310 keer sterker werkt dan CO2, en wordt geproduceerd in de bodem als er veel stikstof aanwezig is maar weinig zuurstof. Pieken in lachgasemissies ontstaan bijvoorbeeld als de grond nat is en er net kunstmest is gestrooid.

Koolstofopslag in bodem-organische stof?

Daarnaast kan gras-klaver bijdragen aan het klimaatneutraler maken van de melkveehouderij door een toename van het bodemkoolstof-gehalte. Planten nemen CO2 op en zetten die om in organisch materiaal, wat uiteindelijk vastgelegd kan blijven als bodem-organischestof. Frans onderzoek liet zien dat omschakelen van puur gras naar gemengd gras-klaverland op korte termijn tot verhoging van het organischestofgehalte leidt. Ook vonden verschillende onderzoekers hogere bodem-organischestofgehalten onder gemengd gras-klaverland dan onder puur grasland (samengevat door Lüscher et al., 2013).
Over de effecten van de teelt van gras-rodeklaver op het organischestofgehalte op de middellange termijn (bijvoorbeeld na het scheuren van het grasklaverland) is weinig bekend. Gras-rodeklaverweides moeten gemiddeld vaker worden vernieuwd dan weides met puur gras , en na vernieuwing breekt de opgebouwde organische stof weer relatief snel af.

Verandering van het rantsoen

Met gras-klaver wordt eiwit geteeld op eigen bodem. Daarom hoeft er minder eiwitrijk krachtvoer aangekocht te worden. Wel moet soms meer energierijk krachtvoer aangekocht worden (zie FAQ "Gevolgen voor voerkosten en aankoop krachtvoer"). Er zijn zeer weinig cijfers bekend over de broeikasgasemissies van eiwitrijk en energierijk krachtvoer dat veel gebruikt wordt in Nederland. Wel vonden onderzoekers dat gras-klaver zorgde voor een verlaging van de N2O-emissies van krachtvoerproductie en -transport van zo’n 15%: die bedroegen 3,4 g N2O-N/1000L melk op bedrijven met puur gras en 2,9 g N2O-N/1000L melk op bedrijven met gras-klaver (berekening op basis van Schils et al., 2005).

Referenties

Bos, J., J. de Haan, W. Sukkel, 2007. Energieverbruik, broeikasgasemissies en koolstofopslag: de biologische en de gangbare landbouw vergeleken. Rapport 140, Plant Research International, pp. 1-75.

Jensen, E.S., M.B. Peoples, R.M. Boddey, P.M. Gresshoff, H. Hauggaard-Nielsen, B.J.R. Alves, M.J. Morrison, 2012. Legumes for mitigation of climate change and the provision of feedstock for biofuels and biorefineries. A review. Agronomy for Sustainable Development 32, 329-364.

Lüscher, A., I. Mueller-Harvey, J.F. Soussana, R.M. Rees and J.L. Peyraud, 2013. Potential of legume-based grassland-livestock systems in Europe. Grassland Science in Europe, Vol. 18, pp. 3-29.

Schils, R.L.M., A. Verhagen, H.F.M. Aarts, L.B.J. Šebek, 2005. A farm level approach to define successful mitigation strategies for GHG emissions from ruminant livestock systems. Nutrient Cycling in Agro-Ecosystems 71, 163-175.

Vellinga, T., M. De Haan, A. Evers, 2009. Vermindering van de uitstoot van broeikasgassen op het melkveebedrijf. Berekeningen voor praktijkbedrijven. Rapport 211 Alterra, pp. 1-33.