Home >> Ervaringen >> Lefert Koppelman


Lefert Koppelman


Biologisch melkveehouder in Den Ham (Overijssel)

“Van rode klaver is het de kunst om het er in te houden, het gaat niet woekeren. Je moet de zode in conditie houden.  Klaver heeft water nodig, het ontkiemt minder snel dan gras. Maar de gras-klaver komt niet laat op gang, daar heb ik geen problemen mee, de klaver is goed vertegenwoordigd.  Met weiden wordt de levensduur niet langer! Het gewas is gevoelig voor vertrapping. Je moet het ook niet vandaag afmaaien, het niet te kort houden. Met maaien heb je het tijdstip in de hand.  Als ik nieuwe gras-klaver heb ingezaaid maai ik het eerst, na een paar jaar laat ik het begrazen. Ik laat de koeien dan in gras-klaver weiden. De klaver verdwijnt daardoor wel sneller, maar de koeien zijn tevreden, het wordt goed geweid. Rode klaver heeft een mooie stengel, het zorgt voor structuur, het is vergelijkbaar met luzerne.

Voor iedere boer is het een interessant gewas, vooral op drogere gronden. Als het er eenmaal staat heeft ’t de kracht om te produceren. Als je zonder kunstmest wilt produceren, heb je klaver nodig. De biologische sector moet het hebben van klaver, klaver bemesten heeft weinig nut.

De teelt is wel bewerkelijk, fouten worden afgestraft. Ik zou boeren die met rode klaver gaan beginnen adviseren om niet te zuinig met het zaad te zijn, doseer ruim. Een goede graszode heeft minder onkruid, wees niet te zuinig. Bemesting en het zaaitijdstip et cetera spelen mee, die moeten goed zijn, maar op het moment dat je graszaad inzaait, moet je niet op een kilo graszaad kijken. Het kiemingspercentage is nooit 100%. Als het inzaaien goed lukt, en je kunt onder de goede omstandigheden telen, en je maakt de eerste snede niet te zwaar, dan gaat het vanzelf. Dan word je een specialist. Over temperatuur en neerslag heb je weinig te zeggen, maar er zijn altijd keuzemomenten. Dan moet je dit doen, dan moet je dat doen. Je kunt niet op de automatische piloot telen, niet alles aan z’n lot overlaten.”